BessMensendieck

Degrondlegster van oefentherapie Mensendieck is Bess Mensendieck(1867-1957). Haarbewegingsleer was vooral een reactie op 19e eeuwse denkbeelden overlichamelijkheid. Zij predikte dat geestelijke activiteiten niet los gezienkunnen worden van het lichamelijke en dat iedereen grotendeels zelf de contourenvan zijn lichaam kan bepalen door op een functionele manier te oefenen. Geen gesoleerde spieroefeningen, maar bewust en totaal bewegen.De mens moet dus bewust zijn eigen wil gebruiken om zijn houding enbeweging te verbeteren.


Dit betekentvooral goed leren luisteren naar de informatie die uit het lichaam zelf wordtverkregen via de spieren, gewrichten, banden en pezen. Maar ook goed zoekennaar de juiste spanning in de spieren die nodig is voor een bepaalde bewegingof activiteit waar je op dat moment mee bezig bent. Daarnaast was ook deinformatie die je krijgt door te kijken naar jezelf en te luisteren naar dehoudings- en bewegingscorrecties die zij aangaf erg belangrijk.


Ditbetekende dat de aangeleerde bewegingen na oefeningen automatisch gaan verlopenen in het dagelijks leven worden toegepast. Hierdoor ben je dan niet meerafhankelijk van een uur in de week oefenen, maar door het toepassen in hetdagelijks leven oefen je dus de hele dag door.


In 1925startte de Nederlandse arts Anna Overduin, op verzoek van Bess Mensendieck, methet opleiden van de eerste Mensendieck leraressen in Nederland. Marie Cesar wasn van haar eerste studenten. Rond 1928start er een opleiding in Amsterdam. Later in de jaren 40 krijgen ook deuniversitaire ziekenhuizen van Amsterdam en Utrecht hun eigenafdelingMensendieck. Veel prominente artsen en wetenschappers staan dan achter haarsysteem.